Fruitig rekenen met erafsommen t/m 5.free
Fruitig rekenen met erafsommen t/m 5
Het zelf ontwikkelen van onderwijsmaterialen geeft mij altijd enorm veel energie. Vandaag had ik daar ook echt even de tijd voor en ik maakte een pakket van maar liefst 24 blz betekenisvol onderwijs met erafsommen aan de hand van het handelingsmodel rekenen. In deze gratis versie vind je de erafsommen t/m 5 op alle niveaus van het handelingsmodel.
Ben je op zoek naar meer uitdaging? In de complete bundel Fruitig rekenen kun je het lesaanbod voor je leerlingen uitbreiden. De leerlingen oefenen dan niet alleen met erafsommen t/m 5, maar gaan ook aan de slag met erafsommen t/m 10 en 20. Ook deze categorieën zijn uitgewerkt op alle niveaus van het handelingsmodel. De bundel Fruitig rekenen met erafsommen t/m 20 vind je hier
Bij een abonnement heb je het hele jaar door toegang tot alle materialen.
Het constateren van een leerbehoefte van de leerlingen uit mijn groep en daar passend onderwijsmateriaal voor maken helpt mij om een nog betere leerkracht te worden. Ik kan er intens van genieten wanneer ik zie dat het aangeboden lesmateriaal de leerlingen laat groeien in hun ontwikkeling en ze zichtbaar plezier hebben in dat wat ze doen, omdat ze daarmee weer een succeservaring voor zichzelf creëren. Wellicht kan het ook andere kinderen vooruit helpen en daarom deel ik dit pakket graag met jullie.
De bundel fruitig rekenen met erafsommen kun je inzetten op 3 verschillende niveaus met op elk niveau de vier treden van het handelingsmodel erin verwerkt. Hieronder zal ik omschrijven op welke manier je de verschillende fasen van het handelingsmodel in kunt zetten bij het rekenen met erafsommen.
De eerste fase van het handelingsmodel is het informeel handelen in werkelijkheidssituaties. Dit betekent rekenen met concrete voorwerpen. Je kunt bij deze opdracht gebruik maken van (nep)fruit, maar als dat niet voor handen is kun je ook de plaatjes gebruiken die ik bij het bestand gevoegd heb. Het gaat erom dat ze de handeling DOEN. Ik maak daarbij gebruik van tellen met de vijfstructuur en maakte daarvoor een hulpmiddel in verschillende formaten.
Bij de peren (erafsommen t/m 5) heb je voldoende aan een strook van vijf rode rondjes. Bij de sinaasappelsommen heb je aan een strook van 5 rode/5 witte rondjes genoeg. Ik heb bewust gekozen om dezelfde kleuren te gebruiken als bij de kralenketting en de getallenlijn zodat de structuur overal hetzelfde is. Bovendien helpt het werkblad met de vijfstructuur de leerlingen ook om een ongestructureerde hoeveelheid handig terug te tellen en helpt hen dit bij het verkort tellen doordat ze de hoeveelheid snel kunnen overzien. Sommige leerlingen hebben hierin extra ondersteuning nodig, voor hen schrijf ik de getallen in de rondjes of alleen 5,10,15, enz. Ook bij de werkbladen met de fruitsommen heb ik alles weergegeven in de vijfstructuur. De leerlingen leggen eerst het aantal peren uit op de vijfstructuur. Ik benoem expliciet dat ik peren op eet, om duidelijk te maken dat er iets bij weggaat. De leerlingen halen het juiste aantal peren weg en houden dan het juiste aantal over.
Wanneer leerlingen geleerd hebben hoe ze rekenen met concrete voorwerpen kun je ze op een hoger niveau laten rekenen. Bij voorstellen concreet zijn de hulpmiddelen verdwenen, maar zie je nog wel de concrete afbeeldingen van sinaasappels, appels en peren.
Het volgende niveau, voorstellen abstract, vraagt om een dieper rekenniveau. De fruitsoorten zijn vervangen door abstracte vormen, in dit geval rondjes. Het laatste en moeilijkste denkniveau op het gebied van rekenen is de fase van het formeel handelen: het kunnen oplossen van de kale som. Daarvoor maakte ik de kleine rekenkaartjes. Als geheugensteuntje heb ik de kaartjes voorzien van afbeeldingen met fruit waar hapjes van missen, om aan te geven dat er iets van af gaat.
De erafsommen t/m 20 zijn onderverdeeld in twee niveaus: sommen waarbij gerekend moet worden over het tiental en sommen waarbij dit niet het geval is. De eerste van deze twee is voor veel leerlingen vaak erg lastig. De rekenkaartjes heb ik op gekleurd papier geplakt zodat ze niet doorschijnen. Op de achterkant heb ik namelijk de antwoorden geschreven. Ik houd ervan om de leerlingen zoveel mogelijk zelfstandig te laten (samen)werken. Op deze manier kun je de kaartjes ook in tweetallen inzetten. De eerste leest de som voor en geeft het antwoord, de ander controleert of het juiste antwoord gegeven is. Bij elke som wisselt de rol. Fijn weekend!
